Tekst t.b.v. de Open monumentendag op 10 september 2016

Het verhaal over protestantse kerk van Driel:


Van harte welkom in de oudste kerk van Driel, een officieel rijksmonument, het huis van de protestantse gemeente in Driel.
Dank voor de gelegenheid om iets over dit huis te vertellen.

Een kaars wordt pas een symbool als het wordt aangestoken.
Dit (Bijbel)  boek wordt pas een symbool als het open gaat en gelezen wordt.
De ramen van dit gebouw worden pas een symbool als je ziet dat ze naar boven wijzen, dat ze naar de hemel wijzen, dat de hoogte van het koor als het ware aarde en hemel met elkaar wil verbinden. Dit gebouw van steen is pas een symbool, een gebouw dat naar God wijst en mensen met God verbindt, als er een gemeente in woont.

Een verhaal over de mensen in dit gebouw, een verhaal over Gods weg met de mensen die hier door de eeuwen heen bijeen zijn gekomen. Een verhaal waar niet veel over bekend is. Ik kan het dus kort houden.

Soms zingen wij in onze kerkdiensten op zondagmorgen dit lied:
3 Een lied van uw verwondering
dat nòg uw naam niet onderging,
maar weer opnieuw geboren is
uit water en uit duisternis.

Een verhaal van verwondering dat er in dit gebouw van hout en steen sinds de 14e / 15e eeuw nog steeds een gemeente van God bijeenkomt.
Want de gemeente die hier bijeenkomt is nooit echt groot geweest.
Het gebouw van hout en steen is waarschijnlijk altijd een ruime jas geweest voor de gemeente.

Het is begonnen met een mens in Israël, waar wij van geloven dat Hij de Zoon van God is, die rond het jaar 33 is gestorven aan een kruis en die opstond uit de dood. Zijn Naam ging niet ten onder, maar verspreidde zich.
In onze omgeving waren in de vroege eeuwen Romeinen. Het is mogelijk dat in de vierde eeuw, nadat de romeinse keizer Constantijn christen werd, dat de Naam van Jezus ook in deze omgeving werd genoemd. Door een enkeling, want er is niets te vinden dat er al door veel mensen in deze vroege eeuwen in Christus werd geloofd.
Het verhaal van Jezus Christus wordt op steeds meer plaatsen in Europa verteld en mensen komen tot geloof in Hem. Vanuit het zuiden van Europa, brengen mensen het mee naar het noorden. In de achtste eeuw maakte Werenfridus in de omgeving van Elst bekend wat het geloof in Jezus Christus betekend.
Het zijn steeds kleine groepen mensen die tot geloof komen; we moeten denken aan gezinnen.
Gezinnen van landeigenaren, van adel voorop, omdat zij als eerste in aanraking kwamen met de Naam van Jezus. De Naam van Jezus verspreidt zich door koningen en keizers die tot geloof komen en vinden dat al hun onderdanen moeten geloven.
Er worden gebouwen gebouwd waar de Naam van Jezus klinkt. Als eerste een plaats waar gedoopt kan worden. Want de doop is het teken dat je bij Jezus Christus wilt horen.

Voor het verhaal van Driel is het belangrijk dat er in Oosterbeek een kapel werd gebouwd voor de Onze Lieve Vrouwe en dat daar in de elfde eeuw een pastor was met de naam Benno of Bernold of  Bernulphus. Een pastor die later de bisschop van Utrecht zou worden.
De gelovigen uit Driel gingen voor dopen, voor smeekgebeden, voor raad en voor onderwijzing naar Oosterbeek. Speciaal voor de gelovigen uit Driel werd een veer aangelegd en een pad vanaf het veer naar de kapel van Oosterbeek - het kerkenpad.
Na verloop van tijd wordt er ook in Driel gebouwd: een kleine kapel bij de Oldenhof.
het aantal gelovigen in Driel neemt toe, de bevolking neemt toe in het kleine dorp aan de Rijn.
Vanaf nu is er meer over de geschiedenis van de ontwikkelingen in Driel te vinden in documenten, over de bouw van een grotere kapel - het middenschip van dit gebouw.
Er was geld om hier een dochterkerk van de oude kerk in Oosterbeek te bouwen, geld én een vrome heer Graaf Willem van Egmond, die hier graag een altaar wilde bouwen.
We weten niets van zijn overwegingen, maar graaf Willem van Egmond heeft er voor gezorgd dat er financiën kwamen om in Driel in de 15e eeuw een kerk van steen te bouwen. De opbrengst van verschillende gronden brachten het geld op om hier een kerk te bouwen en een priester te bekostigen.
Driel had een eigen kerk, maar bleef verbonden met Oosterbeek tot 1455. In dat jaar werd dit een zelfstandig kerspel. Dat wil zeggen: er was genoeg geld om een priester te betalen en de kerk te onderhouden. Het meeste geld kwam van opbrengsten van land: pacht bijvoorbeeld.
We zijn nu beland in een tijd dat heel Europa christelijk genoemd wordt. Overal worden kerken gebouwd en kloosters. Er is geen scheiding tussen kerk en staat. Maar gaat het nog om de Naam van Jezus? Raakt het geloof niet op de achtergrond, ondanks die bloei van gebouwen? Volgens mensen zoals Luther wel. Volgens Rijkcholt Schwartszmuyl een rondtrekkende prediker die vanuit Arnhem naar Driel komt wandelen in 1555 wel.
Hij brengt hier de Reformatie en bekoopt dat met zijn leven in 1559. Ook in Driel ontstaan twee groepen christenen: zij die trouw blijven aan de Paus in Rome en zij die de reformatoren volgen. De kerk in Driel wordt het huis van gereformeerden, een minderheid in Driel, maar wel een minderheid die de regering achter zich heeft. Pas in 1797 wordt er in Driel voor de Rooms Katholieken een huis van steen gebouwd.
De gereformeerden in Driel konden niet zelfstandig verder. Het werd een combinatie met Elden: één predikant voor de beide kerken.
En weer groeide een verlangen naar zelfstandigheid. Want soms duurde het wel erg lang voordat de dominee in Elden in Driel was ( lopend, slechte wegen). Dankzij mevrouw van Ommeren, een vermogend weduwe die het financieel mogelijk maakte om zelfstandig te worden. In 1867, niet zonder slag of stoot, maar met toestemming van de koning, werd Driel een zelfstandige hervormde kerk. Het bleef een kleine gemeenschap van protestanten inmiddels in de schaduw van de grotere roomskatholieke kerk. Misschien is daaraan wel te danken dat deze kerk nog in vorm van de kerk van 1460 staat: de kerk hoefde nooit uit te breiden, er was steeds ruimte genoeg. En dat is vandaag niet anders.
In 1916 kwam deze kansel in de kerk, een kansel vol symbolen: de vier evangelisten, het alziend Oog van G'd, de wereldbol. In de bloemen zit een verwijzing naar Maria. Een kansel afkomstig uit een rooms-katholiek klooster. De oecumene is nooit ver weg in Driel.
Wij zijn een kleine gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland, bestaand uit van oorsprong hervormde en gereformeerde bewoners van Driel. Deze kerk is ons huis.
Hier dopen wij, hier trouwen en rouwen wij, hier komen wij iedere zondag bijeen, hier zingen wij en lezen wij, hier bidden wij en hier verwonderen wij ons dat in deze tijd van kerkverlating, van secularisatie, de Naam van Jezus Christus, de Naam van God volop klinkt.
En als het aan ons ligt, zal in dit gebouw die Naam ook blijven klinken.
Want net als de eeuwen voor ons: een kleine, maar levende gemeente.
U zou het hier morgen moeten zien, als wij startzondag hebben.
Dit huis is niet zomaar een rijksmonument. Het is het huis van een springlevende gemeente, die zich inzet dat de Naam blijft klinken en dat het gebouw blijft bestaan.
dank voor uw aandacht.

Ella Kamper